Ik heb heel veel gebroed op de “ideale windmolen”. Volgens mij moest dat een éénwieker zijn: waarom 2 of 3 wieken als je met 1 hetzelfde kan?

Probleempje daarbij was dat een blad, zeker als het een snelloper is, weinig oppervlak en scheefstand heeft om de windmolen op gang te brengen. Daarom helpt het een hoop als je voor het starten het blad op 45 graden hebt. Bij het bereiken van voldoende toeren gaat ie over in de bedrijfsstand, circa 0 graden.

Daarvoor dient dit mechaniekje: het is een starthulp (geer douwer = scheefduwer). En bovendien spant hij een veer aan die het blad weer terug laat verstellen als er teveel winddruk op komt.
De “stuurstang” loopt door een holle as. Aan het andere eind van die as komt dan de wiek (als die molen ooit nog gebouwd wordt…)

De losse unit is hier voor demonstratiedoeleinden in de boormachine geplaatst.

Bekijk hier het filmpje
De gewichten worden met een flinke veer tegen de as gedrukt.
Als het geval op toeren komt springt hij over een vrij nauw toerengebied over naar de bedrijfsstand.

Het lijkt veel op een heel compacte vorm van de regulateur op een stoommachine.